Artikelen

Waarom schaken voor kinderen?

Sommige mensen hangen het idee aan, dat schaken niet veel meer is dan een spelletje voor nerds en dat je alleen maar rare mensen in de schaakwereld tegenkomt.
Gelukkig is dit vooroordeel over het schaken in rap tempo aan het verdwijnen. Schaken is iets dat kinderen graag doen, net zoals andere sporten zoals voetbal of tennis, of het bespelen van een muziekinstrument.
Er zullen vast wel schakende nerds bestaan, maar ietwat alternatieve personen kom je bij alle sporten tegen. Meestal zijn schakers gewone mensen zoals u of ik.

Schaken heeft een bijzondere, bijna magische aantrekkingskracht op kinderen. Kinderen voelen haarfijn aan, dat schaken een behoorlijk gecompliceerd spel is, dat je niet gemakkelijk onder de knie krijgt. Kinderen kunnen je trots vertellen dat ze kunnen schaken, maar je hoort ze nooit trots vertellen dat ze kunnen ganzenborden.

In mijn lesgroep heb ik de kinderen wel eens de vraag gesteld, waarom ze schaken. Dan kwamen er direct enthousiaste antwoorden uit zoals: schaken is spannend, er zijn veel verschillende stukken, de stukken bewegen verschillend (ze vinden met name de paardensprong fascinerend), je kunt plannetjes maken, de stukken doen wat ik zeg, en ongetwijfeld de beste: ik vind schaken leuk. Kinderen zijn eigenlijk net sponzen. Als ze iets leuk vinden, leren ze als het ware spelenderwijs. En dat alleen maar door te spelen. Dan maken de kinderen zich eigen, wat ze in de lesjes op de club geleerd hebben.

Schaakontwikkeling

Wat de kinderen aanspreekt bij het schaken, verandert geleidelijk tijdens de schaakontwikkeling.

Materiaalfase
Kinderen die net beginnen met schaken, maken eerst de materiaalfase door. Ze gaan met hun lievelingsstuk op rooftocht, slaan alles wat ze pakken kunnen, en zetten de geslagen stukken keurig gesorteerd naast het bord, waarbij ze de ‘buit’ regelmatig natellen. Als het rovende stuk geslagen is, gaan ze vrolijk met een ander stuk op avontuur.
We laten de kinderen deze fase in hun eigen tempo doorlopen, want hier leren de kinderen de waarde van de stukken kennen. Ook ervaren ze dat ze erg goed moeten opletten dat hun stukken niet zomaar geslagen worden.

Ruimtelijke fase
Na verloop van tijd komen de kinderen in de ruimtelijke fase. Kinderen gaan meer op andere aspecten van het schaken letten. Ze gaan steeds meer het hele bord gebruiken in plaats van zich te focussen op dat ene stuk in die ene hoek. Ze laten de stukken samenwerken, stellen valletjes op, gaan de koning aanvallen en de eerste plannetjes worden gemaakt.

Tijdfase
Na een jaar of drie (dat is bij elk kind verschillend) komen de kinderen steeds meer in de tijdfase. De kinderen krijgen steeds meer inzicht in het spel. Ze ervaren dat één zet cruciaal kan zijn voor het vervolg van de partij. Er worden doelen gesteld, ook deeldoelen, en vervolgens plannen gemaakt om die doelen te verwezenlijken.
Wat eerst zo belangrijk voor de kinderen was, namelijk het veroveren van materiaal, raakt meer op de achtergrond. Veroverde stukken staan niet meer zo netjes naast het bord, het gaat erom wat er nog óp het bord staat. In deze fase vinden kinderen het vaak prachtig, als ze met een aantal offers de koning van de tegenstander schaakmat kunnen zetten.

De kinderen zijn nu al geduchte tegenstanders voor de huisschakers in de familie. Ouders en grootouders: wees op je hoede, want het zou best eens kunnen zijn dat je tegenover een komende schaakkampioen zit!

Talent of inzet?

Dat hoeft niet te betekenen dat het kind een supertalent voor schaken bezit (maar dat kan natuurlijk wel). Elk normaal intelligent kind kan goed leren schaken. Een aangeboren talent is niet noodzakelijk. Veel belangrijker is doorzettingsvermogen en bereidheid om er iets voor te doen, want net als bij elke andere sport kun je niets bereiken als je er niets voor doet. Niet iedereen zal grootmeester of wereldkampioen worden, maar iedereen kan een goed niveau bereiken.
Een mooi voorbeeld is een Nederlands geestelijk gehandicapt meisje, dat door stug te oefenen een rating (= getal dat de speelsterkte uitdrukt) heeft bereikt van 1614 (nu 1593), een rating die hoger is dan die van de meeste van onze leden!

Is dat alles?

Nee, schaken is niet zomaar een spelletje. Kinderen die schaken, leren spelenderwijs een hele hoop aanvullende waarden, waar ze op school en in het dagelijks leven veel profijt van hebben.

Wat leren de kinderen?
  • Rationeel handelen (denken), maar ook hun intuïtie ontwikkelen (voelen) en volhouden (willen). Door in ingewikkelde partijen riskante varianten te spelen, ervaart de schaker wat nog verantwoord is en wat eigenlijk niet meer kan, en ontwikkelt hij zijn gevoel hiervoor.
  • Observeren, vooruitkijken, opletten. Het is belangrijk om alles op het hele bord in de gaten te blijven houden. Eén moment van onoplettendheid kan de partij verpesten. Wat dat betreft is schaken een harde sport: let je bij het tennissen even niet op en sla je de bal in het publiek, dan is er geen nood: als je vanaf dat moment geen fout meer maakt, kun je de wedstrijd alsnog winnen, ook al sta je met 6-0 6-0 40-0 achter.
  • Ontwikkelen van het (ruimtelijk) voorstellingsvermogen. Het is altijd handig om vooraf te kunnen inschatten hoe de situatie op een later tijdstip zal zijn.
  • Ontwikkeling van en vertrouwen op het geheugen. Schakers leren stellingen te onthouden in de vorm van patronen (chunks, groepjes stukken die vaak op dezelfde manier staan opgesteld). Zij onthouden hun partijen niet door de zetten te onthouden, maar de plannen die zij op dat specifieke moment van de partij bedachten, weer voor de geest te halen. Kinderen geloven vaak niet dat zij dit kunnen, maar geleidelijk ervaren zij deze talenten en gaan er steeds meer gebruik van maken.
  • Gegevens ordenen en combineren (dat is handig bij maken van werkstukken), gestructureerd werken.
  • Doelen stellen, plannen maken (handig bij bedenken van een methode van aanpak bij opgaven in examens).
  • Problemen oplossen, zoeken van praktische oplossingen. Ze leren om niet te vroeg de moed op te geven, maar te blijven zoeken naar een uitweg.
  • Toepassen van reeds verworven kennis (wetmatigheden) op nieuwe situaties.
  • Zelf keuzes maken en beslissingen nemen (bevorderen onafhankelijkheid).
  • De gevolgen van je beslissingen accepteren. Hiermee hangt samen:
  • Leren met verliezen om te gaan. Als je de partij verloren hebt, komt dit toch echt omdat je één of meer fouten hebt gemaakt. Je kunt de schuld niet doorschuiven: het lag aan het weer, of hij was veel te groot, of hij speelde vals. Wat dit betreft, is schaken best een democratisch spel. Allerlei eigenschappen, zoals blank of zwart, man of vrouw, arm of rijk, jong of oud, sterk of zwak, maken niets uit, want schaken is alleen een clash of the minds.
  • Kritisch oordelen: eigen fouten inzien. Dit voorkomt geestelijke blindheid. Fouten zijn onze beste leermeesters maar men moet de fouten dan wel willen zien. Schakende kinderen willen er op de duur ook achterkomen wat zij fout gedaan hebben, zodat zij deze fout niet opnieuw zullen maken.
  • Net als bij andere sporten wordt hard werken (oefenen) beloond. Talent alleen is niet voldoende: wil je boven de anderen uitsteken, dan moet er iets extra’s gedaan worden. Je kunt het vergelijken met een topvoetballer die het niet nodig vindt om trainingen te volgen. Een goede trainer zal deze speler, ondanks zijn kwaliteiten, niet opstellen en op zijn best op de reservebank laten zitten.

Maar kinderen leren ook:
  • Zich aan de regels te houden.
  • Concentratie. Eigenlijk is focussen een beter woord. Kinderen leren dieper door te denken. Dus ze spartelen niet aan de oppervlakte van de slaapverwekkende kale zee, maar doen meer aan diepzeeduiken, waarbij ze verrassend allerlei prachtig gekleurde vissen kunnen bekijken. De mooiste winstvarianten komen vaak niet op het bord omdat de tegenstander het verstandig vond om deze te omzeilen. Pas bij de nabespreking komen ze op het bord!
  • Beheerst werken, niet in paniek raken en daardoor te snel ondoordachte, impulsieve zetten spelen. Een mooi, maar niet zo sportief voorbeeld is een partij tussen twee jeugdspelers, waarbij de eerste een stuk verzette en hard “Schaak!”” riep. De tegenstander pakte van schrik onmiddellijk zijn koning vast en merkte toen pas, dat hij helemaal niet schaak stond. Maar hij moest nu wel met zijn koning zetten. Een wat meer ervaren schaker zal dit niet overkomen. Dit omgaan met emoties is handig bij examens en vergroot het probleemoplossend vermogen. Een schaker zal niet in het wilde weg beginnen te rekenen, maar eerst een plan van aanpak maken.
  • Geduldig zijn. Soms is het verstandig om je even wat meer voor te bereiden voordat je een aanval inzet.
  • Waardering hebben voor de capaciteiten van de ander. Dit is een belangrijke voorwaarde voor werkelijk respect. Echte schaakliefhebbers kunnen zelfs enthousiast zijn over een zet van de tegenstander. Verliezen door een mooie zet is dan niet erg. Het gaat niet alleen om een goede uitslag.
  • Zelfvertrouwen. Als kinderen voelen dat ze goed in het schaakspel zijn, krijgen ze het gevoel dat ze alles aankunnen. Kinderen worden in het algemeen stabieler. Overigens geldt dit voor alle sport en kunst.
  • Schaken stimuleert intellectuele creativiteit (het vinden van onorthodoxe oplossingen voor de stellingsproblemen).
  • Omgaan met elkaar. Schaken is een van de weinige sporten waarbij jongens en meisjes op een sociaal aanvaardbaar niveau samen spelen.
  • Je komt veel interessante mensen met interessante hobby’s tegen.

Schaken is voor veel kinderen geschikt.
  • eigenlijk voor alle kinderen met normale intelligentie. We hebben gezien dat zelfs daarop uitzonderingen mogelijk zijn.
  • Voor hoogbegaafde kinderen. Schaken is voor hen vaak een uitdaging. Ze worden door het schaakspel met zijn vele mogelijkheden aangetrokken alsof het een sterke magneet is. Deze kinderen hebben soms minder goede attitudes. Het kan voorkomen dat ze gewend zijn dat ze geen moeite hoeven te doen om iets te bereiken. Lukt het dan niet onmiddellijk en ondervinden ze teveel weerstand, dan geven ze er snel de brui aan. Ook werken ze vaak te snel en daardoor onnauwkeurig, alsof ze denken dat ze aan hun stand verplicht zijn om het eerste klaar te zijn. Door het schaken vallen deze attitudes op de duur weg.
  • Voor kinderen met ADHD: Er is een rustige omgeving. Er zijn alleen prikkels vanuit het schaakbord waarop de aandacht gericht wordt. Er is een duidelijke structuur en er zijn duidelijke afspraken.
  • Voor kinderen met autisme: schaken biedt vaste regels (structuur). Er is geen lichamelijk contact. Je kunt niet vals spelen. Er is een vaste routine in de bewegingen van de stukken.

Schaken heeft veel weg van het echte leven.
  • karakter en manier van schaken: Je kunt aan de hand van iemands schaakstijl zien hoe hij in het leven staat: voorzichtig, ondernemend, actief, veel of weinig risico’s durven nemen, enzovoort.
  • verschillen: Schaken is natuurlijk niet helemaal een spiegel van het leven. Twee belangrijke verschillen zijn eerlijkheid en een gezond competitiebesef. Een schaker hoeft er geen rekening mee te houden dat zijn tegenstander met zijn loper recht naar voren gaat, want een dergelijke zet is niet toegestaan. Schakers komen niet gauw tot een reactie zoals die van een jongen na het verlies van het Nederlands voetbalelftal in de eerste wedstrijd van het EK: Nederland had pech, Denemarken had geluk. Dat is een niet al te objectieve gedachte!

Gunstige invloed op schoolprestaties

Ook op de prestaties op school heeft schaken een gunstige invloed.

  • Johan Christiaen en Leni Verhofstadt-Denève onderzochten of schaken de ontwikkelingsfase van het concreet-operationele denkniveau (ongeveer tussen 7 en 12 jaar, waarbij het logisch redeneren zich begint te ontwikkelen), naar het formeel-operationele denkniveau (vanaf 12 jaar, waarbij het abstracte denken en het ruimtelijk denken zich beginnen te ontwikkelen, oorzaak en gevolg hun juiste plaats krijgen, verbanden worden gelegd en conclusies worden getrokken) zou kunnen vervroegen. Zij verdeelden een groep van 40 even intelligente kinderen op een willekeurige manier in twee groepen: een testgroep en een controlegroep. De testgroep kreeg twee jaar schaakles op school, de controlegroep niet. Na twee jaar bleek dat de schaakgroep licht beter scoorde bij cognitieve ontwikkeling en intelligentietesten. Het duidelijkste verschil was te zien bij de gemeten schoolresultaten. (onderzoek Gent 1981)
  • In 1992 vergeleek de psycholoog en jeugdschaaktrainer Karel van Delft 77 schakende kinderen uit de groepen 8 van zes Apeldoornse scholen met 201 niet-schakende klasgenootjes. Van Delft constateerde dat er bij het begin van zijn waarnemingen geen verschil in intelligentie tussen deze twee groepen kinderen was. Maar na een jaar nam hij waar, dat de schakende kinderen een betere cognitieve ontwikkeling doormaakten en dat hun intelligentie zich sneller ontwikkelde. De schakers presteerden uiteindelijk beter bij de onderdelen van de CITO-toets rekenen, taal en informatieverwerving.
Jongens Schakers (56) Niet-schakers (82)
Taalvaardigheid 63,1% 46,8%
Rekenvaardigheid 72,9% 59,7%
Informatieverwerving 68,8% 52,3%

Meisjes Schakers (21) Niet-schakers (119)
Taalvaardigheid 62,4% 60,6%
Rekenvaardigheid 72,6% 56,3%
Informatieverwerving 65,0% 59,4%
  1. Schakende meisjes presteerden beduidend beter bij rekenen dan niet-schakende meisjes. Schakende jongens presteerden zowel bij taal, bij rekenen als bij informatieverwerving beter dan hun niet-schakende leeftijdgenootjes.
  2. Met name bleek de taalvaardigheid (spelling!) van de schakende jongens enorm te zijn toegenomen. De achterstand op de meisjes werd ruimschoots goedgemaakt. We zien het voordeel van het kunnen herkennen van patronen.

Belgische scholen constateerden dat schakende kinderen beter waren in spelling.
Een school in Brugge had de ervaring dat kinderen veel rustiger en geduldiger werden. Ze konden beter tegen hun verlies. Ook de communicatie tussen deze kinderen verliep beter. Zelfs bestaand pestgedrag verdween vanwege het toegenomen onderlinge respect.

Onderzoek in China liet zien dat kinderen die op vroege leeftijd leerden schaken, vaker uitblinken bij exacte wetenschappen. Zij scoorden gemiddeld 15% beter bij testen over voorstellingsvermogen, (zij konden gemakkelijk complexe patronen herkennen), oplossingsvaardigheden en creativiteit.
In de Canadese staat New Brunswick werd in 1984 schaken als schoolvak ingevoerd. Het gemiddelde niveau bij de oplossingsvaardigheden nam vervolgens met 19,2% toe.

Managers zijn schakers!

Ook na de schoolperiode kun je veel plezier beleven aan je schaakervaringen.
Managers van bedrijven zijn eigenlijk ook schakers.

  • vooruitdenken: Ze moeten vooruit kunnen denken om de mogelijkheden van het bedrijf goed in te kunnen schatten.
  • anticiperen: Ze kunnen altijd tegen een probleem aanlopen, zoals een vraag van een klant, of een onverwachte stap van de concurrent.
    Dat vraagt om anticiperen (vooruitzien) en oplossingen zoeken (creatief – out of the box thinking) en een flexibele opstelling. Ze moeten snel op de veranderingen kunnen inspelen, wat een goed observatievermogen en beoordelingsvermogen vergt.
  • Ze moeten beslissingen durven nemen en de verantwoordelijkheid hiervoor en voor de gevolgen accepteren.
    Ze moeten zelfkritisch zijn. Belangrijk is het opsporen van fouten en het corrigeren daarvan.
  • Ze moeten snel beslissingen kunnen nemen. We zien meteen de voordelen van het bij de kinderen erg populaire snelschaken.

Daarom schaken verplicht op school in 30 landen

In een aantal landen zijn deze positieve eigenschappen van het leren schaken op waarde geschat. Onder meer in Rusland, China, Brazilië, Turkije, Armenië, Italië, Griekenland, IJsland, Venezuela, Israel is schaken opgenomen in het schoolprogramma, naast gymnastiek of zwemmen, die goed zijn voor een gezond lichaam. Mens sana in corpore sano, een gezonde geest in een gezond lichaam.

Aanmoedigen of afremmen?

Schaakt uw kind wat al te enthousiast? Soms zijn de ouders of de leerkrachten bezorgd, dat al die schaakactiviteiten ten koste van de school en de sociale bezigheden gaan.
Als het voorkomt dat de kinderen in hun enthousiasme te veel tijd aan het schaken besteden en de schoolprestaties eronder lijden, moet natuurlijk duidelijk worden gemaakt dat de school toch echt voor gaat. Een goed gesprek en goede afspraken lijken dan op hun plaats, bij voorbeeld het rantsoeneren van de dagelijkse schaaktijd, net zoals bij veel gezinnen de computertijd gerantsoeneerd worden. Maar als de school er niet onder lijdt, hoeft er niet aan getwijfeld te worden dat de schaakactiviteiten bijdragen tot de vorming van een sterk karakter en een scherpe geest.

Meer informatie

Karel van Delft, Schaaktalent ontwikkelen, 2008, ISBN 978-90-79760-01-5
http://chessbenefits.blogspot.nl (een website van Susan Polgar)
http://www.schaaksport.be en daarna linksboven bij ‘Artikels’ kijken
http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=0S3MKNJJ

Dit artikel is geschreven door: Arjan Smit, schaker, schaaktrainer/instructeur en mede-oprichter van Jeugdschaakclub De Pionier te Helmond.